Een toffe clubavond met Eric Devries

Foto: Arthur Winailan

Fijn dat het weer kan, hoorde je veel om je heen. Nog fijner zal het zijn voor de artiesten, die twee jaar lang moesten improviseren met YouTube-filmpjes en Instagram-stories om het contact met het publiek maar niet te verliezen. Nu hoeft al dat gedoe eventjes niet meer, want optreden is weer mogelijk. Dan is het vooral fijn dat je dat als artiest kunt doen in een intieme setting. De zaal in de Verkadefabriek met de naam De Club leent zich daar heel goed voor. Onder de noemer van Blue Room Sessions trad daar dinsdag 8 maart 2022 Eric Devries op, een van de vele talentvolle liedjesschrijvers die om ‘door te breken’ niet de weg naar de populaire muziekprogramma’s op de televisie heeft weten te vinden. Of niet wilde vinden. Er zijn immers ook zat muzikanten die niet uit zijn op het applaus van het grote publiek, maar zich laven aan het contact met en de oprechte bijval van een kleine trouwe schare fans. Voor wie het kunnen aanraken van een mens waardevoller is dan de onberekenbare mening van een jurylid bij een televisieshow. De Club biedt die intieme setting, met die ogenschijnlijk uit de kringloopwinkel meegenomen banken en fauteuils die zonder wiskundige precisie zijn neergezet. Afijn, we kwamen voor de muziek, niet voor de meubels.

De muziek klonk geweldig goed. Natuurlijk komt dat ook door het werk van de geluidsman, maar goed geluid zonder goede muzikanten is als een Tesla die op diesel rijdt. Deze clubavond werd Devries bijgestaan door drie van zulke goede muzikanten, die net als Devries al enorm gewaardeerd zijn in kleine kring. Twee van hen leverden vorig jaar hun bijdrage aan Song & Dance Man, het laatste solo-album van Devries. Violiste Kim de Beer deed daarop niet mee. Zij speelde deze avond de vioolpartijen die Joost van Es op het album voor zijn rekening nam. Zij en multi-instrumentalist Janos Koolen, die ook dat laatste album produceerde,  ondersteunden Eric Devries met meanderende melodielijnen boven een bedje van basnoten, met passie neergelegd door Lucas Beukers. Met de akoestische gitaar van Eric Devries – op twee momenten verruild voor zijn Appalachian dulcimer – vormden deze muzikanten een geweldig combo dat de uithoeken van de Americana verkende. Daarbij lag het accent op bluegrass, een genre dat ik vijf decennia geleden heb leren kennen door de aanstekelijke muziek van de platen van The Dillards en het onvergetelijke album The Fantastic Expedition of Dillard & Clark. Daarna verslapte mijn aandacht voor de bluegrass en zakte het genre weg naar het souterrain van het huis der Americana. Maar deze avond bracht haar weer helemaal terug in de spotlights!

Dan zijn er natuurlijk de liedjes van Devries. Daarin zijn diverse aspecten van intermenselijkheid het onderwerp. Zijn songs zijn daardoor warm, soms ook droevig maar altijd oprecht. Tussen de eigen songs door was er plaats voor een enkele cover. Het toch al ontroerende Hello in There van John Prine werd in Devries’ uitvoering een eerbetoon aan de aan covid overleden Amerikaanse singer-songwriter. Dat Devries ook met zijn eigen songs diep kon ontroeren bleek in de afsluiter Sunday Eve in Amsterdam, starring Janos Koolen met zijn weemoedige klarinetklanken maar ook met zijn arrangement voor de prachtige vioolpartij van Kim de Beer. 

Met dit openingsoptreden van Blue Room Sessions werd meteen al een ijkpunt gezet voor de volgende optredens in dit theater. Het overtreffen is bijna onmogelijk, alleen het evenaren al zal een zware klus worden. Het werd een onvergetelijke muziekavond!

Shinner’s Shrine – Dean Owens

Dean Owens (Schotland) is al decennia lang actief in de muziek. Eerst in bands als Smile en The Felsons, later voornamelijk als soloartiest. Hoe groot de waardering in zijn geboorteland is, blijkt uit Americana UK’s Readers’ Poll 2021. De lezers riepen hem uit tot beste UK act! Nu is er een nieuw album Sinner’s Shrine. Het is opgenomen in Arizona, met de waardevolle inbreng van Calexico. 

De samenwerking met Calexico pakt geweldig goed uit. De mannen voelen elkaar goed aan. Dat leidt tot sfeervolle muziek die zowel past bij de uitgestrekte Sonoran Desert in het zuidwesten van de VS als de ruige Schotse Hooglanden. Het is de sfeer die we bijvoorbeeld kennen van de soundtrack van Paris, Texas en recenter het album The Last Exit van Still Corners. Lome muziek die zowel de ruimte accentueert als het trage tempo dat de brandende zon afdwingt. Maar die ook heel goed past bij de beschaduwde bergen in het open landschap van Schotland. Uitgestrektheid, leegte, schaduwen: desert noir is een term die hier de lading uitstekend dekt. 

Sfeer is wel de essentie van Sinner’s Shrine. Dat de muziek goed is, daar hoef je niet aan de twijfelen. Maar buiten die muziek is het de stemming die wordt opgeroepen, een extra laagje over de composities die zorgvuldig is aangebracht als het laagje vernis over een meesterwerk. Het zijn op Sinner’s Shrine dus niet alleen de oren die worden gestreeld, maar ook het gevoel dat wordt beroerd. Een gevoel van verlangen naar een betere toekomst, de weemoed van het achterlaten van de geliefde, want we zijn onderweg naar alleen God weet waar naartoe.

There’s no town that feels like home 
Home is the road I’m on
.

Het nummer is geïnspireerd door een uitspraak van Townes Van Zandt, die zei dat sommige van zijn songs niet zo zeer sad zijn maar eerder hopeless.  Grant-Lee Phillips zingt hierop mee. Luister naar de trompet van Jacob Valenzuela die het nummer weemoedig maakt (en eigenlijk het gehele album prachtig inkleurt). Ook Gaby Moreno, vaste troef van Calexico,  duikt op (Land of the Hummingbird.) 

Vooruitlopend op Sinner’s Shrine verschenen vorig jaar The Desert Trilogy, drie EP’s met in totaal twaalf songs. Uit deze warming up zijn vier nummers meegenomen voor Shinner’s Shrine. Wat je toen al kon vermoeden is waarheid geworden. Het album waar je naar uitkeek heeft de verwachtingen ingelost. Schotland en Arizona, Dean Owens en Calexico, het vormt een ideaal huwelijk!

Devil On My Shoulder – Nienke Dingemans

Om Nienke Dingemans kun je echt niet meer heen. Tenzij je haar niet kent, maar dan wordt het tijd om haar te leren kennen. Nienke is namelijk een heel erg goede zangeres. Met de band Mindblow liet ze al van zich horen, maar het geluid van een tienerbandje wordt natuurlijk slechts in kleine kring opgemerkt. Nu komt ze met een eigen album. 

Ik hoorde onlangs voor het eerst iets van haar in het waardevolle programma Crossroads van Jos van den Boom. Ik raakte nieuwsgierig. Op YouTube vond ik een filmpje uit januari 2020 waarop Mindblow I’d Rather Go Blind speelt. Nienke was toen vijftien jaar.  Het is een goede uitvoering van deze bluesklassieker geworden. Zij zong haar partij op een wijze die mij biologeerde, mijn ogen bleven aan het beeldscherm vastgeplakt. Geweldige uitvoering!

In december 2021 kwam dan haar debuutalbum uit. Zelf noemt ze Devil on my Shoulder een EP; er staan zes nummers op met de blues als leidraad. Het is een album waarop op zijn minst heel fijn wordt gespeeld, met hier en daar blazers en overal de gitaren van Jan van Bijnen. Van Bijnen heeft het album samen met Joost Verbraak, nog zo’n multi-instrumentalist, geproduceerd. Ook andere vakmensen waren uitgenodigd. Met Nienkes stem daarbij is het album een mijlpaal geworden. Nu al, op een leeftijd nog onder de grens waarop je champagne mag kopen!

Nienke schreef de liedjes zelf, ook dat nog. Het is een uitstekend album geworden met een prettige sound die telkens roept om nog een draaibeurt. De mogelijkheden van haar stem gaan ver, heel ver. Ze klinkt al als een geroutineerde zangeres. Op een enkel moment denk je nog even dat levenservaring nog niet volledig haar stembanden hebben kunnen beroeren. Maar misschien heeft die gedachte eerder te maken met een kritische opstelling vanuit de gedachte dat dit allemaal toch niet zomaar waar kan zijn, een gedachte die voortspruit uit de houding van een corrector die heel verrukt wijst op een verkeerd geplaatste komma. Welnu, als je zo naarstig op zoek bent naar een spijker op laag water, dan geeft dat al aan hoe goed Devil on my Shoulder in elkaar steek! 

Nienke Dingemans heeft niets anders dan een opmerkelijk kunstwerk gemaakt. Trek die champagne maar open hoor.

De 20 beste albums van 2021

Vier oudere jongeren, immer op zoek naar nieuwe goede muziek, stelden begin januari hun persoonlijke lijstjes samen over het muziekjaar 2021. Bij elkaar gevoegd leverde het dé top20 van 2021 van, zoals wij tot voor enkele jaren zouden zeggen, Ingeplugd

De gezamenlijke lijst is weer heel mooi geworden. Wat opvalt zijn de namen van drie oudgedienden: Jackson Browne, Los Lobos en John Hiatt kwamen vorig jaar met sterke albums tevoorschijn. Lijstaanvoerder James McMurtry is overigens ook niet meer een van de jongsten. The Hello Darlins en Allison Russell zijn wat pieper en verrasten met respectievelijk een warme sound en een persoonlijk verhaal. Highway Butterfly, the Songs of Neil Casal, een trippelaar met prachtige bijdragen van diverse artiesten, bleek een alom gewaardeerd tribute-album te zijn geworden. 

Interessant is dat Go by Feel van The Hello Darlins het enige album in de top5 is dat niet door alle vier genoemd werd! Het Canadees gezelschap hoopt eind januari hun debuut te kunnen maken in Nederland in Het Zwijnshoofd te Bergen op Zoom.

1The Horses and the Hounds – James McMurtry63
2Go By Feel- The Hello Darlins53
3Downhill from Everywhere – Jackson Browne49
4Outside Child – Allison Russell45
Native Sons – Los Lobos45
6Highway Butterfly: The Songs of Neil Casal – diverse artiesten36
7Topaz – Israel Nash35
8Rase the Roof – Robert Plant & Alison Krauss31
9Left Over Feelings – John Hiatt with The Jerry Douglas Band28
10What the Flood Leaves Behind – Amy Helm27
Roses – The Paper Kites27
12Zia – The Artisanals24
13In the Blossom of their Shade – Pokey LaFarge24
14Sad and Beautiful World – Jesse Malin19
15In these Silent Days – Brandi Carlile17
1960 – Martyn Joseph17
17Not Your Muse – Celeste16
I Was a Witness – Malford Milligan & The Southern Aces16
Alvarado – The Wild Feathers16
20Now and Then – Shaye Zadravec15
Exit Wounds – The Wallflowers15
I Love San Antone – Garrett T. Capps15

Silver Bell van Shaye Zadravec, het kerstliedje van 2021

Het vereist elk jaar weer stuurmanskunst om door de decembermaand heen te manoeuvreren. Hinderlijke obstakels op de route proberen voortdurend de aandacht af te leiden van voortkabbelende dagelijkse zaken. Onder de klanken van jaar in jaar uit dezelfde kerstliedjes komen kranten en televisieprogramma’s met hun jaaroverzichten en terugblikken op kennelijk belangrijke gebeurtenissen. Alsof wij de godganse dag op de bank voor de televisie zitten te wachten op vermaak. Als je last hebt van chronisch chagrijn, dan is de decembermaand een maand om te verlangen naar januari. 

Alles staat in december in het teken van de familie en het gezin, de feesten die thuis worden gevierd, kortom het samen zijn. Maar wat als je geen gezin hebt of geen vrienden of een slechte band met de familie of geen dak boven je hoofd? De opgelegde gezelligheid vergroot de al dan niet bestaande eenzaamheid van de medemens die alleen door het leven gaat en dat wordt nog eens benadrukt door de dagelijkse kerstevergreens. 

Beste radiomensen, draai eens een ander deuntje. Ze bestaan echt hoor, die andere kerstliedjes.

Voor artiesten die nu eens niet een afgekloven song uitpikken heb ik veel waardering. Dit jaar werd ik op mijn wenken bediend door het wondermooie debuutalbum Now and Then van Shaye Zadravec. Een geweldige zangeres, die op het album klinkt alsof ze naast jou op de bank haar liedjes vertolkt. Op het album staat Silver Bell van Ian Tyson (1933), net als Zadravec afkomstig uit Canada. Shaye begint met praatzingen maar algauw brengt haar prachtige stem een fluwelen laagje over het zilveren kerstklokje dat voor haar moeder bestemd is.  Samen kerst vieren zit er niet in, want de geografische afstand tussen beiden is te groot. Een truck-driver willigt haar verzoek in, een zangpartij die gezongen wordt door Ian Tyson zelf! Wat het tearjerkgehalte vergroot  is het gegeven dat Shaye dit nummer uitpikte voor haar debuutalbum omdat het het favoriete kerstliedje is van haar vader. Een traan rolt over mijn wang. 

Go By Feel – The Hello Darlins

Toen ik kort geleden uitgerust met hoofdtelefoon treinde van A naar B, luisterde ik naar het album Go By Feel van The Hello Darlins. Het einde van het jaar naderde en het werd dus tijd voor het jaarlijstje. Dit album stond op mijn longlist en was waarschijnlijk een kandidaat voor een hoge notering. Maar de vraag was: hoe hoog? Er waren immers concurrerende albums en hoe waardeer je die in hemelsnaam onderling? Een trucje dat ik toepas is op zoek te gaan naar minder goede nummers op een album. Het heeft natuurlijk iets raars om op zoek naar sterkte te kijken naar zwaktes, maar kom maar met een beter plan als je orde wilt aanbrengen in kwaliteit. Toen ik op het einde van de avond van B naar A terug reisde, moest ik tot mijn verrassing concluderen dat ik op het album Go By Feel geen enkele zwakte had kunnen ontdekken. Dat wordt dus dringen aan de top, want bij het handjevol kandidaten voor een podiumplaats is dit album er toch maar stiekem bij geslopen. 

The Hello Darlins is een Canadees gezelschap dat ontstond toen zangeres Candace Lacina en keyboardspeler Mike Little besloten om samen te werken. Beiden waren afzonderlijk van elkaar al gewaardeerde artiesten in de Canadese muziekscene. Met Murray Pulver op gitaar en een keur aan professionele studiomuzikanten namen ze het album Go By Feel op. Die professionaliteit is onmiskenbaar. Het album klinkt af met elf liedjes in het veelomvattende americana-genre. Dat komt door de prachtige, warme stem van Candace Lacina en de vele machtig mooie gitaarpartijen aangevuld met dobro (Joey Landreth) en steelguitar (Matt Kelly). Door deze elementen is er – vind ik – enige gelijkenis met het uitstekende album The Imperial (2019) van The Delines. Maar wilde je in het laatste geval nog wel eens, gezeten bij het open haardvuur en met een glas tripel binnen handbereik, wegvallen in dromerijen, The Hello Darlins blijven je bij de les houden. Go By Feel blijkt een indrukwekkend goed album te zijn!

Zia – The Artisanals

Zia, het tweede album van The Artisanals, ontregelde na de eerste keer beluisteren mijn verwachtingspatroon. De muziek klonk ingetogener dan op hun debuutalbum waar het enthousiasme van afdroop. Wat was er aan de hand? Een koerswijziging misschien of herinnerde ik mij de muziek niet meer zo goed? Dat debuutalbum dateerde alweer uit 2018, de indruk ervan zou vervaagd kunnen zijn. 

Beide albums draaide ik daarom achter elkaar. En zie: na die tweede draaibeurt van Zia begon er iets van enthousiasme te ontstaan. De geweldige popsound viel op, net als de kracht van de composities die de standaards overstegen. Mijn herinnering had mij dus in de steek gelaten. Of het moest zo zijn dat Zia de muziek van het debuutalbum in een ander daglicht stelde. 

De twee albums vormen een consistent geheel met dezelfde kenmerken. Uiteraard zijn dat  de geweldige stem van Johnny Delaware en de elektrische gitaar van Clay Houle. Maar ook horen de gevarieerde composities, het surplus aan gitaren en de hier en daar opduikende falsetkoortjes daarbij. Natuurlijk ook die andere musici. De band lijkt niet echt een vaste samenstelling te hebben. Johnny Delaware draait zijn hand er niet voor om te putten uit de bron die hij kent uit zijn periode bij SUSTO.

De muziek aarzelt tussen americana en pop met een lichte neiging naar het laatste. Misschien hunkert de band met hun volle sound naar waardering van een groot publiek. Toch zijn de liedjes meer dan alleen maar gemakkelijke popsongs. Heading Somewhere bijvoorbeeld ontwikkelt zich tot een fascinerende compositie. Zo ook het daaropvolgende Always Taken Care Of, met een voorafje van bonkende drums en een hoofdgerecht gelardeerd met pedal steel en ronkende gitaar.

Zia is een fijn album geworden met enkele goed in het gehoor liggende opzwepende songs zoals de eerder genoemde nummers en het rampestampende Violet Light.

Native Sons – Los Lobos

Veel te vaak hoor ik nog mensen beweren dat Los Lobos een coverband is. Dit is een hardnekkig misverstand bij hen die de band van niets anders kennen dan hun eerste grote hit La Bamba. Inderdaad, die sublieme uitvoering zet je op het verkeerde been. Daarbij helpt het ook niet dat Native Sons, het meest recente album van ’the band from East LA,’ er een is vol met covers. Maar wat zich daartussenin heeft afgespeeld, schotelt een repertoire voor van een halve eeuw aan prachtige muziek en steengoede albums. Muziek die zijn wortels kent rond de grens van de Verenigde Staten en Mexico. Ze beheersen daardoor veel muziekstijlen, van romantische akoestische folklore tot snoeiharde rock en alles daartussen, met soms een vleugje weemoed, vooral als David Hidalgo de vocalen voor zijn rekening neemt. Het zijn deze aspecten die de band zo aantrekkelijk maakt. 

De muziek van Los Lobos bestaat uit een potpourri van gitaren (Cesar Rosas, David Hidalgo en Louie Pérez) met een toevoeging van saxophoon (Steve Berlin) en een ploempende bas (Conrad Lozano). Een echte drummer ontbreekt, maar dat lossen ze gemakkelijk op in de eigen gelederen. Op dit album zijn het David Hidalgo junior en Jason Lozano die de vacature vervullen. Op Love Special Delivery van Thee Midniters hoor je ook nog Aaron Ballesteros . Ballasteros’ drumpartij, hij was de drummer van Thee Midniters, is een in het verleden min of meer bij toeval opgenomen take die de band nu heeft gebruikt. Ik zie het als een eerbetoon, want Ballasteros overleed op 11 september 2020.

Native Sons is een coveralbum met als thema Las cosas se pueden rehacer, pero la vida no. Het is een opgetekende uitspraak van Blanca Galdámez(42), een huishoudster die tijdens de pandemie in medische kantoren werkte. Vrij vertaald betekent het dat je alles opnieuw kunt doen, maar niet het leven. Los Lobos heeft zich nu gewaagd aan het opnieuw uitvoeren van liedjes uit de zestiger jaren. Daarbij blijven ze verrassend dicht bij het origineel. Ik zie het als respect voor de componisten. 

Van Stephen Stills neemt Los Lobos zelfs twee liedjes voor hun rekening. De songs waaruit de medley Bluebird/For What It’s Worth bestaat, dateren uit de legendarische Buffalo Springfield periode. David Hidalgo neemt hierop zowel de gitaarpartij van Stephen Stills (links) als die van Neil Young (rechts) voor zijn rekening. Er staan verder enkele verrassende keuzes op (bijvoorbeeld Sail on, Sailor van The Beach Boys). Maar alle nummers hebben gemeen dat ze van artiesten zijn uit de regio met Los Angeles als kern, van waaruit Los Lobos al een halve eeuw lang opereert. Native Son, het enige eigen nummer op dit album, is daar een hommage aan. Zoals het hele album een eerbetoon is aan de artiesten die er vandaan komen. 

Nee, Los Lobos is geen coverband. En dit bijzondere album vol prachtige remakes is de vette uitzondering die dit bevestigt!

The Last Exit – Still Corners

Het is als toverspel op The Last Exit van Still Corners. Ze klinken als een band maar zijn een duo. Tessa Murray levert haar stem en Greg Hughes bespeelt alle instrumenten. Samen vormen ze een compleet team, zoiets als voetbalclub VVV. Denk daar Murray in de rol van spits Giakoumakis en Hughes in die van alle andere spelers. Op de bühne staan anderen ze bij.

Murray’s schoonheid hypnotiseert, maar ook het fonkelende gitaarspel van Hughes. In de liedjes wordt Murray voortdurend omsingeld door een vracht aan gitaren die uit alle hoeken tevoorschijn lijken te komen. Het geeft het album een relaxte sfeer, je wilt wegduiken in een bioscoopstoel, want onwillekeurig komen ook beelden op van Wim Wenders film Paris Texas.

Je kunt deze muziek gerust verstrooiende indie noemen. Zelf noemen ze hun sound desert noir. Je vangt nu eens een fragment op à la The Cure, dan weer als van Ry Cooder of van die gitarist van Chris Isaak. Maar ook, door de omfloerste stem van Murray, van Mazzy Star. Luister zelf maar zonder je om een etiket te bekommeren. The Last Exit is een album dat naar warme dagen doet verlangen.

Blue Herons – Karl Blau & The World of Dust

Thuiskomst – Ida Gerhardt

Kort geleden maakten wij een wandeling langs de Lek. Lopend over de dijk vingen wij een stevige wind. In de polder hadden wij een uur eerder al een bui over ons heen gekregen. Het deerde ons niet. Het verlangen naar ruimte en lucht won het van deze onbeduidende ontberingen. 

We naderden Schoonhoven, ons begin- en eindpunt. Links van ons schoven schepen geruisloos voorbij.  Rechts van ons ontdekten wij verrassend een uil. Hij zat rustig op het dakje van een kleine schuur, het was net of hij de boten telde. 

De uil, de geruisloos voorbij glijdende schepen en de stad aan het water, ik moest aan Ida Gerhardt denken. Waren we een tiental kilometers zuidelijker gaan wandelen, dan heette de rivier de Waal en was de stad Gorinchem, haar geboorteplaats. Ida Gerhardt breng ik altijd in verband met het water. Geboren in Gorkum, getogen in Schiedam, aan de Nieuwe Waterweg. Ook woonde zij in Kampen, waarlangs de IJssel stroomt, en in Eefde, aan het Twentekanaal.

Het weidse water was voor Gerhardt altijd nabij. Daardoor kwam het als decor voor in enkele van haar gedichten. Zoals in het gedicht Thuiskomst, waarin zij de verstilde  en rustieke sfeer bij het ouderlijk huis schetst: een roodborstje dat nestelt bij de vlier, zwaluwen die langs scheren, een schip dat traag voorbij zeilt.

Toch heeft zij ook enige tijd in Bilthoven gewoond, ver van het water, op de Utrechtse Heuvelrug. Ook al was dat langer dan een halve eeuw geleden, iemand laat altijd sporen na. Maar je moet er wel open voor staan. Haar verblijf moet voelbaar zijn geweest voor Stefan Breuer (The World of Dust), die enkele jaren geleden naar dit plaatsje verhuisde. Hij stuitte er op haar gedicht Thuiskomst toen hij inspiratie zocht voor een nieuw lied. Het gedicht hielp hem bij het componeren van de song The Life of Gods

Dit lied staat nu op een single, een zogenaamde split 7”, waar op de andere kant een nummer van de Amerikaanse zanger Karl Blau staat. Breuer en Blau kennen elkaar.  Karl Blau ken ik ook. Ik zag hem een keer optreden tijdens het festival Take Root (2016). Hij was getooid met een cowboyhoed. Desondanks was hij innemend. Blau bleek een sympathiek mens te zijn en over een goede stem te beschikken.

Blau groeide op op het voormalige eiland Samish, dat Nederlanders ergens in de negentiende eeuw hadden ingedijkt om landbouwgrond te winnen. Het werd zo een schiereiland, verbonden met het vasteland van de staat Washington en wel op zo’n manier dat het van bovenaf het beeld geeft van een reiger.

Je geboortegrond, je woonomgeving en de beelden die ze oproepen, het gaf de naam aan deze single van Stefan Breuer en Blau: Blue Herons.

Het bovenstaande beseffend en daaraan toegevoegd de wetenschap dat Stefan Breuer een enthousiast collagekunstenaar is, die ook de hoes van Blue Herons heeft ontworpen, dat Slighty Salted, de bijdrage van Karl Blau, een aanstekelijke song is die een hommage verwoordt aan zijn voormalige thuisomgeving en dat The Life of Gods, de song van Stefan Breuer, een bijzonder lied is over zowel zijn oude als zijn nieuwe woonomgeving, en dat de geest van Ida Gerhardt een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het lied, dit alles maakt van de split 7” single Blue Herons van Stefan Breuer en Karl Blau een unieke muziekuitgave.

https://tinyroomrecords.bandcamp.com/album/blue-herons