De man die rookte

Nu de zomervakantie voorbij is voegt de ochtendwandeling zich weer bij mijn dagelijkse rituelen. Druk fietsverkeer van voornamelijk schoolgaande jeugd bepaalt daarbij opnieuw het beeld. De lopende mens is hierin een zeldzaam verschijnsel. Maar nu kwam er een tiental meter voor mij een jongeman op mijn pad. Hij rookte en liep met nonchalante pas, af en toe een wolkje nicotine uitstotend. Tot zijn sigaretje klaar was en hij langzaamaan zijn pas vertraagde tot stilstand. Hij zette zich te rusten op de railing van een bruggetje. Ik hoorde hem wat zeggen, tegen zichzelf begreep ik, misschien was het een verzuchting. 

Toen ik bezig was hem te passeren ontmoetten onze blikken elkaar. Hij maakte een ontmoedigde indruk, met de gelaatsuitdrukking van iemand die een bonbonnetje te veel had genomen en dat drommels goed wist. Omdat we een tijdje over dezelfde weg hadden gelopen was er enige verbondenheid ontstaan, die van wandelaars onder elkaar. Daardoor kon hij makkelijker tegen mij praten. ‘Ah, even uitrusten hoor, dat sigaretje maakt mij moe’. Ik zei iets onbestemds terug, woorden zonder betekenis, een belerende toon vermijdend, alleen maar omdat het netjes is iets terug te zeggen. 

Toch raakten wij in gesprek. Over het roken ging het. Hij begon er zelf over. Dat het niet goed is. Dat het hem sloopt. Dat hij eigenlijk niet weet waarom hij rookt. De twijfels van een mens die beseft dat iets niet goed voor hem is maar er niet naar weet te handelen, een kerkganger in geloofscrisis.

Ik vertelde hem dat ik ooit had gerookt. Ik vertelde over mijn laatste sigaret in de achtertuin, toen de kinderen sliepen, en over het stiekeme gevoel dat mij daarbij ineens bekroop. Want ik wilde niet door hen worden gezien, ik wilde nog minder dat zij zelf zouden gaan roken. Het was een schijnheilige ervaring. Ik doofde toen prompt mijn sigaret en stak er nooit meer eentje op. Verder had ik niets te vertellen en wilde mijn weg vervolgen. 

Hij vond het fijn even met mij gepraat te hebben en bedankte mij – duim omhoog –  voor mijn woorden. Misschien verbeeldde ik het mij of was het toch zo dat hij nu enigszins hoopvol keek, dat de ontmoediging plaats begon te maken voor een begin van wilskracht?

Op weg naar huis begon het vermoeden te ontstaan dat ik mij deze morgen onbedoeld had gedragen als een Jehova aan de voordeur, die God komt brengen en daarin was geslaagd.

Een toffe clubavond met Eric Devries

Foto: Arthur Winailan

Fijn dat het weer kan, hoorde je veel om je heen. Nog fijner zal het zijn voor de artiesten, die twee jaar lang moesten improviseren met YouTube-filmpjes en Instagram-stories om het contact met het publiek maar niet te verliezen. Nu hoeft al dat gedoe eventjes niet meer, want optreden is weer mogelijk. Dan is het vooral fijn dat je dat als artiest kunt doen in een intieme setting. De zaal in de Verkadefabriek met de naam De Club leent zich daar heel goed voor. Onder de noemer van Blue Room Sessions trad daar dinsdag 8 maart 2022 Eric Devries op, een van de vele talentvolle liedjesschrijvers die om ‘door te breken’ niet de weg naar de populaire muziekprogramma’s op de televisie heeft weten te vinden. Of niet wilde vinden. Er zijn immers ook zat muzikanten die niet uit zijn op het applaus van het grote publiek, maar zich laven aan het contact met en de oprechte bijval van een kleine trouwe schare fans. Voor wie het kunnen aanraken van een mens waardevoller is dan de onberekenbare mening van een jurylid bij een televisieshow. De Club biedt die intieme setting, met die ogenschijnlijk uit de kringloopwinkel meegenomen banken en fauteuils die zonder wiskundige precisie zijn neergezet. Afijn, we kwamen voor de muziek, niet voor de meubels.

De muziek klonk geweldig goed. Natuurlijk komt dat ook door het werk van de geluidsman, maar goed geluid zonder goede muzikanten is als een Tesla die op diesel rijdt. Deze clubavond werd Devries bijgestaan door drie van zulke goede muzikanten, die net als Devries al enorm gewaardeerd zijn in kleine kring. Twee van hen leverden vorig jaar hun bijdrage aan Song & Dance Man, het laatste solo-album van Devries. Violiste Kim de Beer deed daarop niet mee. Zij speelde deze avond de vioolpartijen die Joost van Es op het album voor zijn rekening nam. Zij en multi-instrumentalist Janos Koolen, die ook dat laatste album produceerde,  ondersteunden Eric Devries met meanderende melodielijnen boven een bedje van basnoten, met passie neergelegd door Lucas Beukers. Met de akoestische gitaar van Eric Devries – op twee momenten verruild voor zijn Appalachian dulcimer – vormden deze muzikanten een geweldig combo dat de uithoeken van de Americana verkende. Daarbij lag het accent op bluegrass, een genre dat ik vijf decennia geleden heb leren kennen door de aanstekelijke muziek van de platen van The Dillards en het onvergetelijke album The Fantastic Expedition of Dillard & Clark. Daarna verslapte mijn aandacht voor de bluegrass en zakte het genre weg naar het souterrain van het huis der Americana. Maar deze avond bracht haar weer helemaal terug in de spotlights!

Dan zijn er natuurlijk de liedjes van Devries. Daarin zijn diverse aspecten van intermenselijkheid het onderwerp. Zijn songs zijn daardoor warm, soms ook droevig maar altijd oprecht. Tussen de eigen songs door was er plaats voor een enkele cover. Het toch al ontroerende Hello in There van John Prine werd in Devries’ uitvoering een eerbetoon aan de aan covid overleden Amerikaanse singer-songwriter. Dat Devries ook met zijn eigen songs diep kon ontroeren bleek in de afsluiter Sunday Eve in Amsterdam, starring Janos Koolen met zijn weemoedige klarinetklanken maar ook met zijn arrangement voor de prachtige vioolpartij van Kim de Beer. 

Met dit openingsoptreden van Blue Room Sessions werd meteen al een ijkpunt gezet voor de volgende optredens in dit theater. Het overtreffen is bijna onmogelijk, alleen het evenaren al zal een zware klus worden. Het werd een onvergetelijke muziekavond!

Het atletiekmuisje

24 gram: 10 gram voor de val en 14 gram voor de muis.

Toegegeven, een keer eerder zag ik in onze garage een muisje schielijk de vloer oversteken. Soit, dacht ik toen, niet aan mijn vrouw vertellen. Maar toen we laatst een muis in de woonkamer zagen snuffelen en rennen alsof het met een intervaltraining bezig was, moest er toch wel worden gehandeld. 

Er zaten enkele gebeurtenissen tussen mijn eerste notie van een muis in de garage en die demonstratieve training in de woonkamer. Een periode waarin deze(?) muis, onopgemerkt door ons, zijn terrein kon uitbreiden tot binnen ons domein. Eerst was er in de garage de ontdekking van aangevreten notenzakjes, bedoeld als winterkost voor de vogeltjes in de tuin. We zagen op een plank in een stellingkast een stilleven van stukgeknaagde nootjes en losgelaten pindavliesjes rondom een slordig geopend groen netje, omringd door een overdaad aan muizenpoepjes alsof er een pak pure hagelslag had gelekt. Daarna zagen we in huis telkens vaker en op meerdere plekken keuteltjes liggen, sporen van een muis die, op zoek naar kruimels, aldoor poepend zijn aanwezigheid verried. 

We schaften twee muizenvallen aan. Deze waren uitgevoerd als een tunnelconstructie, met een entree aan de ene kant en een voederbakje aan de andere kant. Dat bakje vulden wij met een handjevol ongebrande pinda’s. Zodra de muis, gelokt door de pinda’s, de val zou betreden, zou een beweegbaar plateautje bij het voederbakje door het gewicht van de indringer een mechanisme in werking brengen dat een valluikje deed ontgrendelen en zo de ingang van de tunnel afsloot. Dat was de theorie. 

Het werkte niet. Ik kreeg het vermoeden dat de muis te licht was en daardoor wel kon snoepen maar zich niet liet opsluiten. Het leek alsof er van de pinda’s was gegeten. Vermoedens, twijfels, ik had natuurlijk eerst de pinda’s moeten tellen! 

Voor een nieuwe poging plaatste ik, om het muisje wat gewicht mee te geven, een euromuntstuk op het plateautje en tien pinda’s in het bakje. Deze poging was succesvol! De volgende ochtend trof ik een klein bruingrijs beestje angstig in een hoekje van zijn gevangenis aan. 

De indringer kreeg later die ochtend in het plantsoen zijn vrijheid terug, ergens op het pad tussen het voormalige clubhuis van de Westside Chapter van verboden motorclub Satudarah en een voetbalveld van CVV De Jodan Boys. Het muisje kon kiezen en koos voor de sport. Het spurtte razendsnel naar het doel van Jodan Boys. Dat was één.

Aangemoedigd door deze vangst lieten we de muizenvallen nog een week staan waarbij we regelmatig de pinda’s verversten. Maar er gebeurde niets meer. Geen muizen, ook geen sporen van muizen. 

De muizenvallen hebben we nu maar opgeruimd. Wel blijven we achter met de vraag of het atletiekmuisje ergens in de buurt van onze woning misschien toch nog supporters heeft.

Maxim Van Gils, klimgeit in de woestijn

Elephant Rock

Dat Maxim Van Gils (22) de Saudi Tour 2022 wint is zo’n gegeven dat je makkelijk over het hoofd ziet. Want Olympische Spelen, want Omloop nog in winterslaap, want begin wielerseizoen. Bovendien: wat stelt die Saudi Tour nu voor en wie in hemelsnaam is Van Gils?

Om met het laatste te beginnen: Maxim Van Gils (Lotto Soudal) is een tweedejaars prof die op imponerende wijze zijn eerste profzege behaalde. Hij won de koninginnenrit van de Saudi Tour. Dat ging zo. Op de slotklim demarreerde Bagioli, de renner die deze etappekoers zou moeten winnen. Want Quick-Step Alpha Vinyl. Niemand kon volgen. Hoewel, Maxim Van Gils lukte het nog net. Of toch niet. Toch weer wel. Dus met twee op kop. Dat wordt dan eerlijk delen: Van Gils de etappe, Bagioli de leiderstrui. Dit volgens wielerwetten. Maar het ging anders. Van Gils was sterk, te sterk, veel te sterk voor Bagioli. Hij kwam solo over de finish op Harrat Uwayrid, ook wel de Arabische Angliru genoemd. Daarna was hij nog zo fris dat zijn bescheidenheid met gemak zijn vermoeidheid kon camoufleren. 

Nu die Saudi Tour. Prachtige televisiebeelden trouwens van de woestijn met rotsformaties en uitgewerkte vulkaan. Roodbruin zand, verre einders, mooi weer.  Die koers is een korte etappewedstrijd, categorie 2.1, net zo hoog of net zo laag als de Volta a la Comunitat Valenciana, die nu bezig is en morgen gewonnen wordt door Vlasov. Het zijn wedstrijden voor de eerste koersdagen, belangrijk voor de wielerploegen om de eerste overwinning binnen te halen. Want als die uitblijft, kruipt paniek in de benen. Wedstrijden die nu al duidelijk maken hoe sprinters er voor staan . Groenewegen top, Ewan top, Jakobsen top. Ook een eerste kans voor jonge renners om te kijken hoe zij er voor staan tussen de groten van het profpeloton. Enkelen staan er. Zoals Arnoud De Lie (19) op Mallorca. Tobias Johannessen (22) in de Ster van Bessèges. En Maxim van Gils dus in die woestijn.

Zit wel goed met Maxim Van Gils.

Shinner’s Shrine – Dean Owens

Dean Owens (Schotland) is al decennia lang actief in de muziek. Eerst in bands als Smile en The Felsons, later voornamelijk als soloartiest. Hoe groot de waardering in zijn geboorteland is, blijkt uit Americana UK’s Readers’ Poll 2021. De lezers riepen hem uit tot beste UK act! Nu is er een nieuw album Sinner’s Shrine. Het is opgenomen in Arizona, met de waardevolle inbreng van Calexico. 

De samenwerking met Calexico pakt geweldig goed uit. De mannen voelen elkaar goed aan. Dat leidt tot sfeervolle muziek die zowel past bij de uitgestrekte Sonoran Desert in het zuidwesten van de VS als de ruige Schotse Hooglanden. Het is de sfeer die we bijvoorbeeld kennen van de soundtrack van Paris, Texas en recenter het album The Last Exit van Still Corners. Lome muziek die zowel de ruimte accentueert als het trage tempo dat de brandende zon afdwingt. Maar die ook heel goed past bij de beschaduwde bergen in het open landschap van Schotland. Uitgestrektheid, leegte, schaduwen: desert noir is een term die hier de lading uitstekend dekt. 

Sfeer is wel de essentie van Sinner’s Shrine. Dat de muziek goed is, daar hoef je niet aan de twijfelen. Maar buiten die muziek is het de stemming die wordt opgeroepen, een extra laagje over de composities die zorgvuldig is aangebracht als het laagje vernis over een meesterwerk. Het zijn op Sinner’s Shrine dus niet alleen de oren die worden gestreeld, maar ook het gevoel dat wordt beroerd. Een gevoel van verlangen naar een betere toekomst, de weemoed van het achterlaten van de geliefde, want we zijn onderweg naar alleen God weet waar naartoe.

There’s no town that feels like home 
Home is the road I’m on
.

Het nummer is geïnspireerd door een uitspraak van Townes Van Zandt, die zei dat sommige van zijn songs niet zo zeer sad zijn maar eerder hopeless.  Grant-Lee Phillips zingt hierop mee. Luister naar de trompet van Jacob Valenzuela die het nummer weemoedig maakt (en eigenlijk het gehele album prachtig inkleurt). Ook Gaby Moreno, vaste troef van Calexico,  duikt op (Land of the Hummingbird.) 

Vooruitlopend op Sinner’s Shrine verschenen vorig jaar The Desert Trilogy, drie EP’s met in totaal twaalf songs. Uit deze warming up zijn vier nummers meegenomen voor Shinner’s Shrine. Wat je toen al kon vermoeden is waarheid geworden. Het album waar je naar uitkeek heeft de verwachtingen ingelost. Schotland en Arizona, Dean Owens en Calexico, het vormt een ideaal huwelijk!

Devil On My Shoulder – Nienke Dingemans

Om Nienke Dingemans kun je echt niet meer heen. Tenzij je haar niet kent, maar dan wordt het tijd om haar te leren kennen. Nienke is namelijk een heel erg goede zangeres. Met de band Mindblow liet ze al van zich horen, maar het geluid van een tienerbandje wordt natuurlijk slechts in kleine kring opgemerkt. Nu komt ze met een eigen album. 

Ik hoorde onlangs voor het eerst iets van haar in het waardevolle programma Crossroads van Jos van den Boom. Ik raakte nieuwsgierig. Op YouTube vond ik een filmpje uit januari 2020 waarop Mindblow I’d Rather Go Blind speelt. Nienke was toen vijftien jaar.  Het is een goede uitvoering van deze bluesklassieker geworden. Zij zong haar partij op een wijze die mij biologeerde, mijn ogen bleven aan het beeldscherm vastgeplakt. Geweldige uitvoering!

In december 2021 kwam dan haar debuutalbum uit. Zelf noemt ze Devil on my Shoulder een EP; er staan zes nummers op met de blues als leidraad. Het is een album waarop op zijn minst heel fijn wordt gespeeld, met hier en daar blazers en overal de gitaren van Jan van Bijnen. Van Bijnen heeft het album samen met Joost Verbraak, nog zo’n multi-instrumentalist, geproduceerd. Ook andere vakmensen waren uitgenodigd. Met Nienkes stem daarbij is het album een mijlpaal geworden. Nu al, op een leeftijd nog onder de grens waarop je champagne mag kopen!

Nienke schreef de liedjes zelf, ook dat nog. Het is een uitstekend album geworden met een prettige sound die telkens roept om nog een draaibeurt. De mogelijkheden van haar stem gaan ver, heel ver. Ze klinkt al als een geroutineerde zangeres. Op een enkel moment denk je nog even dat levenservaring nog niet volledig haar stembanden hebben kunnen beroeren. Maar misschien heeft die gedachte eerder te maken met een kritische opstelling vanuit de gedachte dat dit allemaal toch niet zomaar waar kan zijn, een gedachte die voortspruit uit de houding van een corrector die heel verrukt wijst op een verkeerd geplaatste komma. Welnu, als je zo naarstig op zoek bent naar een spijker op laag water, dan geeft dat al aan hoe goed Devil on my Shoulder in elkaar steek! 

Nienke Dingemans heeft niets anders dan een opmerkelijk kunstwerk gemaakt. Trek die champagne maar open hoor.

De 20 beste albums van 2021

Vier oudere jongeren, immer op zoek naar nieuwe goede muziek, stelden begin januari hun persoonlijke lijstjes samen over het muziekjaar 2021. Bij elkaar gevoegd leverde het dé top20 van 2021 van, zoals wij tot voor enkele jaren zouden zeggen, Ingeplugd

De gezamenlijke lijst is weer heel mooi geworden. Wat opvalt zijn de namen van drie oudgedienden: Jackson Browne, Los Lobos en John Hiatt kwamen vorig jaar met sterke albums tevoorschijn. Lijstaanvoerder James McMurtry is overigens ook niet meer een van de jongsten. The Hello Darlins en Allison Russell zijn wat pieper en verrasten met respectievelijk een warme sound en een persoonlijk verhaal. Highway Butterfly, the Songs of Neil Casal, een trippelaar met prachtige bijdragen van diverse artiesten, bleek een alom gewaardeerd tribute-album te zijn geworden. 

Interessant is dat Go by Feel van The Hello Darlins het enige album in de top5 is dat niet door alle vier genoemd werd! Het Canadees gezelschap hoopt eind januari hun debuut te kunnen maken in Nederland in Het Zwijnshoofd te Bergen op Zoom.

1The Horses and the Hounds – James McMurtry63
2Go By Feel- The Hello Darlins53
3Downhill from Everywhere – Jackson Browne49
4Outside Child – Allison Russell45
Native Sons – Los Lobos45
6Highway Butterfly: The Songs of Neil Casal – diverse artiesten36
7Topaz – Israel Nash35
8Rase the Roof – Robert Plant & Alison Krauss31
9Left Over Feelings – John Hiatt with The Jerry Douglas Band28
10What the Flood Leaves Behind – Amy Helm27
Roses – The Paper Kites27
12Zia – The Artisanals24
13In the Blossom of their Shade – Pokey LaFarge24
14Sad and Beautiful World – Jesse Malin19
15In these Silent Days – Brandi Carlile17
1960 – Martyn Joseph17
17Not Your Muse – Celeste16
I Was a Witness – Malford Milligan & The Southern Aces16
Alvarado – The Wild Feathers16
20Now and Then – Shaye Zadravec15
Exit Wounds – The Wallflowers15
I Love San Antone – Garrett T. Capps15

Silver Bell van Shaye Zadravec, het kerstliedje van 2021

Het vereist elk jaar weer stuurmanskunst om door de decembermaand heen te manoeuvreren. Hinderlijke obstakels op de route proberen voortdurend de aandacht af te leiden van voortkabbelende dagelijkse zaken. Onder de klanken van jaar in jaar uit dezelfde kerstliedjes komen kranten en televisieprogramma’s met hun jaaroverzichten en terugblikken op kennelijk belangrijke gebeurtenissen. Alsof wij de godganse dag op de bank voor de televisie zitten te wachten op vermaak. Als je last hebt van chronisch chagrijn, dan is de decembermaand een maand om te verlangen naar januari. 

Alles staat in december in het teken van de familie en het gezin, de feesten die thuis worden gevierd, kortom het samen zijn. Maar wat als je geen gezin hebt of geen vrienden of een slechte band met de familie of geen dak boven je hoofd? De opgelegde gezelligheid vergroot de al dan niet bestaande eenzaamheid van de medemens die alleen door het leven gaat en dat wordt nog eens benadrukt door de dagelijkse kerstevergreens. 

Beste radiomensen, draai eens een ander deuntje. Ze bestaan echt hoor, die andere kerstliedjes.

Voor artiesten die nu eens niet een afgekloven song uitpikken heb ik veel waardering. Dit jaar werd ik op mijn wenken bediend door het wondermooie debuutalbum Now and Then van Shaye Zadravec. Een geweldige zangeres, die op het album klinkt alsof ze naast jou op de bank haar liedjes vertolkt. Op het album staat Silver Bell van Ian Tyson (1933), net als Zadravec afkomstig uit Canada. Shaye begint met praatzingen maar algauw brengt haar prachtige stem een fluwelen laagje over het zilveren kerstklokje dat voor haar moeder bestemd is.  Samen kerst vieren zit er niet in, want de geografische afstand tussen beiden is te groot. Een truck-driver willigt haar verzoek in, een zangpartij die gezongen wordt door Ian Tyson zelf! Wat het tearjerkgehalte vergroot  is het gegeven dat Shaye dit nummer uitpikte voor haar debuutalbum omdat het het favoriete kerstliedje is van haar vader. Een traan rolt over mijn wang. 

Go By Feel – The Hello Darlins

Toen ik kort geleden uitgerust met hoofdtelefoon treinde van A naar B, luisterde ik naar het album Go By Feel van The Hello Darlins. Het einde van het jaar naderde en het werd dus tijd voor het jaarlijstje. Dit album stond op mijn longlist en was waarschijnlijk een kandidaat voor een hoge notering. Maar de vraag was: hoe hoog? Er waren immers concurrerende albums en hoe waardeer je die in hemelsnaam onderling? Een trucje dat ik toepas is op zoek te gaan naar minder goede nummers op een album. Het heeft natuurlijk iets raars om op zoek naar sterkte te kijken naar zwaktes, maar kom maar met een beter plan als je orde wilt aanbrengen in kwaliteit. Toen ik op het einde van de avond van B naar A terug reisde, moest ik tot mijn verrassing concluderen dat ik op het album Go By Feel geen enkele zwakte had kunnen ontdekken. Dat wordt dus dringen aan de top, want bij het handjevol kandidaten voor een podiumplaats is dit album er toch maar stiekem bij geslopen. 

The Hello Darlins is een Canadees gezelschap dat ontstond toen zangeres Candace Lacina en keyboardspeler Mike Little besloten om samen te werken. Beiden waren afzonderlijk van elkaar al gewaardeerde artiesten in de Canadese muziekscene. Met Murray Pulver op gitaar en een keur aan professionele studiomuzikanten namen ze het album Go By Feel op. Die professionaliteit is onmiskenbaar. Het album klinkt af met elf liedjes in het veelomvattende americana-genre. Dat komt door de prachtige, warme stem van Candace Lacina en de vele machtig mooie gitaarpartijen aangevuld met dobro (Joey Landreth) en steelguitar (Matt Kelly). Door deze elementen is er – vind ik – enige gelijkenis met het uitstekende album The Imperial (2019) van The Delines. Maar wilde je in het laatste geval nog wel eens, gezeten bij het open haardvuur en met een glas tripel binnen handbereik, wegvallen in dromerijen, The Hello Darlins blijven je bij de les houden. Go By Feel blijkt een indrukwekkend goed album te zijn!

Roedjak manis

Uit mijn geheugen popt een gebeurtenis op uit de vierde klas van de lagere school. Ik zat toen in de klas bij juf Sorel aan de Pieter Langedijkstraat in de Haagse Moerwijk. Mijn juf was een Hollandse jongedame met donkerblond golvend haar. In de belendende klas gaf juf Claus les, een stevige Indische vrouw met een aanstekelijke lach. Juf Sorel en juf Claus konden het goed met elkaar vinden. Daar had ik toen geen weet van, maar dat ontdekte ik door de roedjak.

Ik was als enige leerling in de middagpauze aan het overblijven. Achter mijn lessenaartje zat ik braaf te tekenen, te lezen of op een andere manier de tijd te verdrijven. Juf Sorel was aan het rommelen in het lokaal. Haar bezigheden onderbrak zij regelmatig  om met veel genoegen iets uit een bakje te eten. 

Kennelijk zat ik een moment in gepeins verzonken en stond mijn mond open. De juf zag dat en kon de verleiding niet onderdrukken. Ineens stond zij naast mijn tafeltje en stopte een beetje van de lekkernij in mijn mond. 

“Proef maar, dit is lekker. Het heet roedjak.”

Lekker was het zeker! Ik proefde zoetigheid, scherpte en een geheimzinnig bestanddeel dat terugredenerend trassi geweest moest zijn. Juf Claus had deze toverachtige lekkernij gemaakt en een extra portie meegenomen voor haar Hollandse collega op school. 

Nu, ruim een halve eeuw later heb ik het voor het eerst zelf bereid en weer vind ik het heerlijk. Het geheim van het recept is de mango in de fruitmix en het bruine suikersausje. Dat sausje smaakt hemels door de gula java en de trassi! 

Onderstaand recept komt uit het kookboek van goede vrienden van ons, die net als de twee juffen een mooi verbond van Hollands en Indisch vormden. Zij droegen goede smaak en kwaliteit hoog in het vaandel. De gedachte dat zij in het hiernamaals de kunst van het genieten nog steeds beoefenen, is van een zoetheid die wedijvert met de smaak van roedjak manis.