Carapaz wint de Giro d’Italia 2019

Foto (via NRC) van Alessandro Di Meo/AP of Luk Benies/AFP 

In de lente van 2019 won Richard Carapaz, een boerenzoon uit Ecuador, de Ronde van Italië. Deze Giro was een boeiende editie waarbij heel lang niet duidelijk was wie hem zou winnen. Totdat bleek dat Vicenzo Nibali toch niet in staat was om zijn achterstand in de bergen goed te maken. Al eerder had Primoz Roglic iets te veel tijd verloren om in de afsluitende tijdrit de Giro als winnaar op zijn palmares te kunnen schrijven. Tom Dumoulin was in de eerste week al uitgevallen, als slachtoffer van een valpartij, veroorzaakt door een ander.

Richard Carapaz (26) is een wielrenner uit Ecuador. Ecuador is een buurland van het fietsgekke Colombia, van waaruit de wielrenners als moderne arbeidsmigranten de Europese wielerploegen aanvullen. Nou ja, meer dan aanvullen. Want de laatste jaren zijn de Colombianen nadrukkelijk aanwezig in het profpeloton. In 2013 won Carapaz op indrukwekkende wijze het Panamerikaanse kampioenschap voor renners onder 23 jaar. Alleen Isaac Bolivar kon een beetje in zijn schaduw blijven met een tweede plek op een kleine twee minuten. De overige renners eindigden op lichtjaren afstand. Twee jaar later won Carapaz de Ronde van Colombia voor beloften, een etappekoers die zelden door een niet-Colombiaan wordt gewonnen. Deze aansprekende overwinning werd opgemerkt door Oscar Sevilla, een beresterke klimmer die enkele keren de Vuelta bijna won. Sevilla tipte het management van Movistar en zo kreeg Carapaz een contract in Spanje aangeboden.

Jje kunt niet zeggen dat Carapaz een kleine Girowinnaar is. Hij won immers twee etappes in deze Giro, dat maakt totaal drie met zijn overwinning van vorig jaar. In die Giro van 2018 eindigde hij al als vierde, slechts 47 seconden verwijderd van het podium. Eerder dit jaar won hij, net als vorig jaar, de Ronde van Asturias. Verder valt er niets af te dingen op deze overwinning van Carapaz. Maar het hielp hem ook wel dat Vincenzo Nibali meermaals aan het steggelen was met Roglic, waardoor Nibali eigenlijk de Giro verloor..

Nibali eindigde deze Giro op de tweede plaats. Beide keren dat Carapaz er in de bergen vandoor ging, keek Nibali naar Roglic, die er beter voor stond in het klassement. Roglic op zijn beurt keek naar Nibali, zijn grootste concurrent. De kastanjes uit het vuur halen deed geen van beiden. Ze gedroegen zich eerder als spreeuwen die wel kersen willen eten, maar geen bomen planten. Daardoor kon Carapaz zijn voorsprong gestaag uitbouwen.

Carapaz won zo met 65 seconden voorsprong de Ronde van Italië.

Swinder: Nosk

Swinder is een vijfmansband uit Groningen. Ze maken indie en/of pop en/of folkrockmuziek en zingen in het Gronings de liedjes die zanger-gitarist Bas Schröder schrijft. Met de singel Noar stad (2013) scoorden ze meteen al raak. In 2015 verscheen het goed ontvangen titelloze debuutalbum. Veel lof oogsten ze, voornamelijk in de regio, en wilden meer. Maar er sloop ook iets van een writers block in de band.

Drie jaar later pikken ze de draad weer op en duiken de studio’s in, met bijgestelde ambities en de dankbare hulp van Tim Knol. Nu lijkt de groep nationale erkenning niet nadrukkelijk na te streven en hun energie meer te richten op de inhoud van de liedjes. Het resultaat is Nosk, een gevarieerd pop- en luisteralbum met prachtige arrangementen. Ik ben er van gaan houden.

De vergelijking met Skik, uit Drenthe, ligt voor de hand. Beide bands zingen in streektaal, beheersen verschillende stijlen en brengen liedjes met een verhaal. Ook een overeenkomst is dat bij Swinder de belangrijkste rol lijkt te liggen bij de zanger-gitarist, in dit geval Bas Schröder, die de liedjes schrijft, zoals Daniel Lohues dat deed bij Skik. Ten slotte kenmerken beide bands het ontbreken van randstadstress; de liedjes bezitten een soms levendige, vrolijke noot. Het wijst ons Randstedelingen weer eens op onze waanzinnig houding: de blik op de wereld gericht, maar blind voor wat zich nabij afspeelt. De schoonheid zit ‘m in de kleine dingen dicht in de buurt.

Liedjes in streektaal is altijd wel een dingetje. De charme van de lokale klankleur moet zwaar tegenwicht kunnen bieden aan de vaak moeilijke verstaanbaarheid. Maar als je net doet of het een vreemde taal is, krijg je het alibi om alleen maar naar de muziek te luisteren. Het helpt ook als de woorden, zoals op het openingsnummer Elke dag tot de naacht op Frans lijken, een taal die ik toch al moeizaam kan verstaan. Het is een lekker poppy nummer trouwens net als het daarop volgende Nijlaand dat wel wat meer tempo heeft en het dna bezit van Snow Patrol. Op Tot de mörgen, het nummer daarna, is het of we Daniël Lohues horen, maar nu hou ik op met het maken van vergelijkingen. De liedjes doen het allemaal op eigen kracht en de vergelijkingen komen altijd neer op kwaliteit.

Wat je er bij enkele liedjes mooi bij krijgt zijn de blazers en strijkers, met arrangementen van Bas Schröder en Wouter van der Wal. Misschien herken je hierin stiekem ook de hand van alleskunner Tim Knol. Toch ook nog even Oosterpark noemen, een lied over een buurvrouw die elke dag haar eigen ding doet op dezelfde manier, telkens weer. Een portret van de onveranderlijkheid, de eeuwigheid, het stilstaan van de tijd, iets wat je dus ook positief kunt zien. Toch verandert alles om haar heen en de vraag is of dat een verandering ten goede is. Daar geeft Swinder zelf geen antwoord op. Het portretteert hoe het was, maar er is geen sprake van nostalgie. Ze doet waar ze goed in is, het creëren van sfeer en het etaleren van de liefde voor de eigen omgeving. Jongens, blijf maar lekker daar in het hoge noorden. Zo komen jullie het best tot jullie recht en kunnen wij in de Randstad heerlijk genieten van jullie fijne plaatjes.

17 mei 2019 wordt Nosk gepresenteerd in Vera te Groningen.

Hart van Holland roeimarathon

Wisselpunt bij Ouderkerk aan de Amstel

Mijn vrouw zit op roeien. Ik niet. Roeien bleek veel te moeilijk voor iemand die grote moeite heeft om instructies snel om te zetten in juiste handelingen en die ook nog eens synchroon met anderen uit te voeren. Zij heeft daar geen enkele moeite mee. Dat vind ik knap.

Pas was er een roeiwedstrijd, een estafettemarathon door het hart van Holland. Via Google Maps deelde ze haar gps-locatie met mij. Zo kon ik makkelijker besluiten om, afhankelijk van mijn eigen bezigheden, al dan niet naar een wisselplaats toe rijden. Dankzij de knappe koppen van Google kon ik dus precies zien waar ze zich op het parcours bevond. Dat heb ik geweten!

Ze vertrok ‘s ochtends vroeg met wat gezonde spanning in het lijf naar de roeivereniging. Maar onverhoopt maakte de spanning zich ook van mij meester en, hoewel het natuurlijk niet te meten valt, naar mijn inschatting in veel grotere mate dan bij haar.

Dat begon al toen ik de computer aanzette, veel te vroeg natuurlijk. Op het grote beeldscherm zag ik haar profielfoto piepklein bij de start die om 8.00 uur zou plaatsvinden. Maar om 8.30 uur was ze nog steeds bij die start, aldus Google Maps. Het baarde mij zorgen.

Eindelijk kwam er beweging in het fotootje. Het verplaatste zich hortend en stotend over het beeldscherm. De route die werd gevolgd kon ik echter niet helemaal doorgronden. Ik vermoedde dat haar mobiel, ingepakt in een waterdicht zakje en gedeponeerd in een tonnetje in de roeiboot, moeite had om continu het gps-signaal op te pikken. Toch was ik er niet gerust op.

Ik liep heen en weer door het huis tijdens mijn huishoudelijke bezigheden waarbij ik in het voorbijgaan veel te vaak een blik op het beeldscherm wierp. Het leek alsof ik door ernaar te kijken een goede afloop afdwong. Daarop was echter geen kans meer toen ik zag dat ze de verkeerde kant op gingen. De paniek sloop bij mij binnen. Ik wilde in een impuls met mijn wijsvinger de boot tegenhouden. Gelukkig stopte hij uit zichzelf en draaide om. De paniekaanval smoorde, maar bleef op de loer liggen. Want ik vond dat er maar verrekte weinig daadkracht sprak uit hun bewegingen. Het was een en al twijfel.

Ik brandde van verlangen ze te helpen. Maar hulp was natuurlijk al nabij van het team dat hen zou aflossen.Goede of foute koers, ze waren met twee teams om uit de penarie te komen. Mijn intelligente inbreng zou overbodig moeten zijn.

Ineens kwam alles weer op gang en verplaatste zij zich snel richting Woerdens Verlaat. De vaart zat er nu goed in. Ik besloot van huis te vertrekken naar Ouderkerk aan de Amstel om de roeiers bij een volgende wisselplaats te treffen. Dan kon ik ook meteen horen wat er mis was gegaan. Na  lange tijd zag ik ze daar eindelijk uitgeput aankomen en vervangen worden door drie verse roeiers. Ik kon mijn vragen op haar afvuren.

Mijn vragen werden niet begrepen. Ze keek me vorsend aan met een blik die verraadde dat zij dacht dat ik weer eens wartaal uitsloeg. Nee, alles was goed gegaan, zei ze, maar het roeien was wel zwaar. Dat laatste wilde ik wel geloven, maar bij het eerste zette ik toch een vraagteken. Een welles-nietes discussie had natuurlijk geen zin. Zeker niet nu we, door Trump, leven in een wereld vol alternatieve feiten. Niets aan de hand dus. Soit, laat maar zo.

Het kwartje viel pas minuten later toen zij haar mobiel uit de auto haalde en ik besefte dat het gps-signaal al die tijd uit de auto kwam. Ze had haar mobiel geen moment meegenomen in de boot!

Roeien, ik blijf er moeite mee hebben.

The Artisanals kwamen naar Amsterdam

Mijn vrouw en ik verkneukelden ons bij het ontdekken van weer een nieuwe band. Want als je geen topfunctie in het bedrijfsleven bekleedt of uitblinkt in een sport moet je het toch van zulke dingetjes hebben om indruk te kunnen maken op de medemens. Status, daar draait het immers om in de samenleving. Maar hoe groot of hoe klein de groep van deze early adopters was, wisten wij nog niet. Ons beeld daarvan werd continu gewijzigd tijdens onze reis op 28 februari naar een optreden van onze nieuwe ontdekking in de Amsterdamse Q-Factory.

Het ging om The Artisanals, vijf Amerikaanse jongens van overal uit de Verenigde Staten. Zij hadden elkaar in 2016 gevonden in hun gemeenschappelijke drive om aanstekelijke muziek te maken op het terrein van indie, rock en pop. Nog in datzelfde jaar trokken zij met een EP met de toepasselijke titel Literally, Anywhere de aandacht van de muziekcritici aldaar. Op 21 september 2018 verscheen zonder veel bombarie hun debuutalbum The Artisanals. Het werd al snel duidelijk dat de groep weliswaar over veel potentie beschikte maar ook een goed draaiende pr-machine ontbeerde. Aan hun optreden in Q-Factory ging karige en matige publiciteit vooraf. We moesten er diep naar zoeken.

We gingen er heen. Het zou onze eerste ontmoeting worden met The Artisanals en hun eerste met Amsterdam. De boemel bracht ons van Gouda naar station Muiderpoort met een heleboel stations ertussen.

Ergens na Woerden – Harmelen of Breukelen zal het geweest zijn – kwamen twee mannen van rond de zestig met pet op de trein in en namen naast ons aan de andere kant van het gangpad plaats. Ik rook boeren. Die geur van hooi, mest en stront, die rond de schuren en de boerenwoning hangt en door de kleren trekt als rook door een ham, herkende ik. Deze twee kwamen ontegensprekelijk van het boerenland af. Het zijn dus van die mannen die nooit naar een optreden als dat van The Artisanals zouden gaan, bedacht ik mij.

Maar ook zij stapten uit in Muiderpoort. En ook zij liepen mee in een ordeloze stoet van mensen die kennelijk allemaal dezelfde bestemming hadden. Toch was het vreemd dat naarmate we dichter bij de Q-Factory kwamen de stoet intact bleef.
Vlakbij het gebouw aangekomen zagen we heel toevallig in een geopende zijingang een grijze man met lange haar, zeiksnor en kekke schoenen om de voeten, genesteld in een stoel op zijn gemak keuvelen met twee werkmannen. Het was Johan Derksen! Groter dan mijn verrassing hem te zien, was mijn schrik. Want het zal toch niet zo zijn dat die duvelse Derksen ook The Artisanals had ontdekt? Dat zou immers dodelijk zijn voor onze zelfgenoegzaamheid.

We liepen enigszins ongerust verder de hoek om naar de ingang. De twee boeren liepen nog steeds in gelid met ons mee. Zouden ook zij…? Het moest niet gekker worden.

Het was druk in Q-Factory, te druk voor zo’n onbekend bandje als The Artisanals. Hier klopte iets niet. Maar een paar tellen later werd duidelijk wat die drukte veroorzaakte. Er bleek ook een grote zaal te zijn en daar stond een theatervoorstelling op het programma, de show van Johan Derksen met de titel Keeps the Blues alive. Toen viel alles op zijn plaats: boeren, blues, Johan Derksen. De hele meute was op die theatershow afgekomen!

Voor het optreden in de kleine zaal was nauwelijks belangstelling. Een halve man en een paardenkop is de uitdrukking die je dan tegenkomt in recensies. Waar voor je geld is weer een andere en die was nog beter van toepassing. Want veel of weinig publiek, het deerde de band niet. Zij speelden met veel plezier hun pakkende rock met fijne hooks en richtte zich tussen de nummers door tot het publiek alsof wij een menigte vormden in een grote arena.

Wij, de afvaardiging uit Gouda, maakten daar gelukkig deel van uit en waren heel waarschijnlijk de enigen in die zaal die van buiten Amsterdam kwamen. Want die paar andere toeschouwers waren natuurlijk lokale Amsterdammers die een avond niets te doen hadden. Ik besefte toen dat wij in de ogen van die Amsterdammers, zelfverklaarde wereldburgers, ongetwijfeld als boeren gezien zouden worden. Wij waren geen boeren, dat waren die twee mannetjes met petjes die naar de show van Johan Derksen gingen. Maar ach, wat doet het er toe.

Boeren, ik vind het een mooie geuzennaam.

The Artisanals zijn:
Johnny Delaware – gitaar
Clay Houle – leadgitaar
Eric Mixon – bas
Nick Recio – drums
Ian Klin – keyboards