De droom die het jaar deed diggelen

Elk nieuw jaar probeer ik, liever dan het formuleren van goede voornemens, een positief gevoel zo lang mogelijk vast te houden. Maar een vervelende droom, meteen al in de eerste volle nacht van het nieuwe jaar, heeft die poging op wrede wijze verijdeld. Een oorzaak aanwijzen voor deze brutale inmenging in mijn leven is net zo moeilijk als voorspellen hoe vaak Jan Nagel terugkeert bij 50PLUS. Feit is dat ik was vergeten de kamerthermostaat terug in de automatische stand te zetten, waardoor de hele nacht de temperatuur in huis gelijk was aan die van een gezellige avond waarop je het slapen gaan zo lang mogelijk uitstelt. Misschien wakkerde die aangename temperatuur het vuurtje van mijn fantasie aan. Die draaide namelijk op volle kracht, net als de cv-ketel. 

In mijn droom was er al van alles gebeurd toen als volgend programmapunt de verjaardag van mijn oudste broer aan de orde kwam. Omdat hij alles al had, bedacht zijn oudste dochter iets leuks. Nu is het zo dat mijn oudste broer tijdens zijn leven in materieel opzicht best wel wat ontbeerde, zijn gezin had niet veel te makken. Dat het hem in mijn droom aan niets ontbrak, duidt er op dat het hem nu in de hemel goed vergaat. Dat stelt gerust. Zijn dochter bedacht dat het leuk zou zijn om een fanfareorkest te laten aanrukken, om 14.00 uur precies. 

Twee uur in de middag, ik had dus nog alle tijd om in het museum enkele klusjes uit te voeren. Maar dat bleek een misrekening. De ellende begon al bij het ontvangen van de timmerman voor het bespreken van noodzakelijk onderhoud. Maar eerst een bak koffie natuurlijk. 

Het koffieapparaat lekte. Gelukkig was ik in een slagvaardige stemming. Ik  besloot het meteen te repareren en beende naar de werkruimte. Daar bleek het licht kapot te zijn. Nieuwe lamp indraaien dus. Om die in het donker te kunnen vinden had ik de zaklantaarn nodig. Die lag weer niet op zijn plek. Een gevoel van een mislukkende dag begon manifest te worden. 

Alles duurde te lang. Alles wat ik pakte ging kapot. Na een tijdje zei de timmerman, het wachten zat, dat hij nu echt door moest naar een andere afspraak. Hij vertrok. Mijn tijd begon inmiddels ook op te raken. Ik besloot de boel de boel te laten en naar het huis van mijn broer te gaan. 

Aan de achterzijde van het museum, waar mijn fiets stond, verliet ik het pand. Donders. Nu was het mijn fietssleutel die mij tartte. Vergeten! Door de achterdeur kon ik niet meer naar binnen. Om bij de voorkant te komen moest ik nog wel een eindje stiefelen. Op die omweg werd ik vervolgens afgeleid door een dolende die de weg vroeg waarna ik – ook dat nog – zelf verdwaalde. Ik herkende helemaal niets meer. Gouda was een andere stad geworden. Boedapest? Berlijn? Google Maps moest uitkomst bieden.

Mijn mobiel! Die lag ook in het museum. Almaar nerveuzer liep ik van hot naar her in de hoop herkenningspunten te vinden. Het onrustige gevoel in mijn buik transformeerde naar paniek. Toch slaagde ik erin na geruime tijd de vooringang van het gebouw te vinden. Opgelucht keek ik op mijn horloge. Half drie. Die fanfare kon ik op mijn buik schrijven. Ik stortte in.

Bezweet werd ik wakker. De wekker wees acht uur. In bed blijven wilde ik niet langer. Ik ging naar de keuken. Verdoofd ruimde ik de vaatwasser uit. 

2 januari 2021. Voor dit jaar heb ik geen enkele verwachting meer.

Het Damegambiet

Anya Taylor-Joy als Beth Harmon in The Queen’s Gambit

Het was het jaar 1972. Boris Spasski en Robert Fischer begonnen in Reykjavik aan een match om de wereldtitel schaken. Rob en ik stonden tegelijkertijd in Den Haag aarzelend op de drempel van de grotemensenwereld. Die match in IJsland bleek precies het zetje te zijn dat wij nodig hadden om over die drempel te geraken. Natuurlijk zouden ook wij 24 partijen gaan spelen omdat wij ineens beseften topschakers te zijn! 

We waren aan elkaar gewaagd. Dat kon je zien aan onze onderlinge resultaten in de dam-, schaak- en strategocompetities die vriend en klasgenoot Hans in de weekeinden bij hem thuis organiseerde. We wisten heus wel dat onze leeftijdgenoten naar de discotheek gingen zoals werd verwacht van opgroeiende jongeren. Wij hadden echter serieuzere zaken aan ons hoofd. Dat was althans onze uitleg. In werkelijkheid hadden wij veel te veel gevoelens van onzekerheid om ons slagvaardig te kunnen begeven in een uitgaansleven met onbekende meisjes naar wie we weliswaar smachten maar voor wie wij tevens vrees hadden. Nee, ons testosteron lieten wij exploderen op de borden.

Verwijzingen in mijn geheugen naar onze tweekamp werden van het stof ontdaan tijdens het kijken naar The Queen’s Gambit. In deze populaire Netflix-serie worden de elementen van het spelen van schaak op hoog niveau, zoals Rob en ik die in onze beleving speelden, overtuigend in beeld gebracht. Van Morrisons live-album It’s Too Late To Stop Now fungeerde heel treffend als de soundtrack bij onze match die jaren duurde. De Netflix-serie wakkerde ook mijn interesse voor het spel weer aan.

Na de laatste aflevering van The Queens Gambit maakte ik een account op chess.com, neusde er wat rond en ontdekte computers van verschillende speelsterkte die uitdagend op mij wachtten. Ik koos voor Nelson en opende met d2-d4 in de hoop dat het rekenwonder zou kiezen voor het damegambiet. Nelson had andere plannen. Nelson maakte mij daarbij in korte tijd meedogenloos af. Toen ik enigszins hersteld was van deze oorwassing ging ik in alle nederigheid een tweede partij aan. Ik won tot mijn grote opluchting. Deze keer liet ik mij niet gek maken door Nelsons krankzinnig vroegtijdig geschuif met zijn dame. Twee partijen gespeeld, stand 1 – 1. Nu moest ik oppassen, besefte ik, want weer een match van 24 partijen lag op de loer. 

Tussen Nelson en Rob ligt een tijdspanne van bijna een halve eeuw. Door de boeiende Netflix-serie The Queen’s Gambit leek die tijd niet te bestaan.

De futloze maaier

Het handmaaiertje lag al een paar jaar werkloos in de berging te wachten op zijn lotsbestemming. De fut was eruit, het wilde niet meer opgeladen worden. Het apparaat weggooien, dat durfde ik nog niet aan. Het was immers een zomaarcadeau van mijn moeder, gekocht van haar eigen aow-centjes. Ze zag me namelijk een keer het kleine beetje gras in het kleine tuintje achter ons eerste huis met een schaar knippen. Elke andere persoon zou zij bij het zien van dit monnikenwerk keihard hebben uitgelachen, maar haar derde zoon wilde ze de hoon van anderen besparen. Het gaat hier dus niet om zomaar een machientje. 

Op een helder moment dacht ik ineens: zou er niet een batterij in zitten, eentje die je gewoon kunt verwisselen? Er zat namelijk een schroefje in zijn kont en dat kon allicht worden losgedraaid en misschien kon er dan een klepje open. 

Het bleek waar te zijn. Een laadruimte openbaarde zich waarin een accupack was gestopt. Het was een geel, chemisch pakketje dat met twee draadjes was verbonden met de motor. Die draadjes konden los. Met een beetje zoeken op internet bleek een nieuwe batterij gewoon te kunnen worden besteld! Ik moest na deze ontdekking met schrik terugdenken aan de kruimeldief die ik lang geleden wel had weggegooid in verband met oplaadmoeheid. Dat apparaat was misschien helemaal niet op, maar lag het werkweigeren aan een batterij die moest worden vervangen.

Ik dacht ook aan mijn vader, mijn niet altijd succesvol voorbeeld bij klusjes in huis. Zelf wisselde hij onhandigheid af met vernuftige oplossingen, die zo eigen zijn aan Indische mensen. Nooit wist je bij hem op welke manier een probleem zou worden opgelost. Zou hij wel in de accuval getrapt zijn en het apparaat hebben weggegooid? Heel waarschijnlijk niet, maar om een andere reden. 

Bij ons thuis werd namelijk niet snel iets weggegooid, mijn ouders hadden immers het jappenkamp meegemaakt. Zij waren jarenlang gedwongen om heel zuinig te doen met de schaarse spullen die ze het kamp in mee mochten nemen. Ook leerden zij er vindingrijk te zijn. 

Deze eigenschappen lijken doorgegeven te zijn aan de tweede generatie. En daarom had ik die handmaaier natuurlijk nog. Ik was bereid om hem desnoods met een verlengsnoer te gebruiken in de tuin. Maar dat hoeft nu niet meer.

Zojuist, inmiddels vele jaren en tuintjes verder, heb ik enkele randjes van ons nieuwe grasveld geschoren met de herboren handmaaier. Het geratel als dat van een naaimachine klonk vertrouwd in de oren, de grassprietjes zegen als mikadostokjes neer. 

Mijn ouders in de hemel keken misschien wel tevreden naar beneden. En heel misschien ook hoorde ik ze tussen het geratel door tegen elkaar zeggen: hebben we toch nog iets bereikt bij die jongen.

Tapijt met taart

Voor een laatste keer ging de ranke, bedaarde man ons huis binnen. Nu om afscheid te nemen van onze kinderen en om onze zoon in het bijzonder succes te wensen met het verdere verloop van zijn studie. Zonder opzet toonde hij daarmee een voorbeeld van aangeboren hoffelijkheid. 

Zijn bezoek aan ons duurde nog geen uur en in die korte tijd werden er diverse wetenswaardigheden uitgewisseld. Zo wist ik niet dat Isfahan ooit de hoofdstad van Perzië was. De naam kende ik alleen uit het gedicht over de dood en de tuinman, waarvan de naam van de dichter mij maar niet te binnen wilde schieten. We praatten over Iran, Perzië en de tentoonstelling in het Drents Museum eind 2018 Iran – Bakermat van de beschaving, een tentoonstelling die mij deed verwonderen over de verfijnde kunst en grenzeloze kunde van een volk vele eeuwen voor het begin van onze jaartelling. Maar vooral – en daar ging het om – had de visite een dankbaar succes opgeleverd voor zowel onze woonkamer als de omzet van zijn tapijtwinkel. 

Toen hij weer naar zijn eigen woonstee was vertrokken brachten wij, staande op het gloednieuwe Perzische tapijt, de ons geschonken taart ter discussie. Hadden we die misschien moeten weigeren? De zoon bracht in dat het in andere culturen vaak een uiting van beleefdheid was om een cadeau aan te bieden, waarbij het tevens een kwestie van fatsoen was om het geschenk te weigeren.Een ritueel waarmee wij berekenende Hollanders niet vertrouwd zijn. Ik zag de gift van de taart niet als een beleefdheidsuiting, maar vond het vooral een vriendelijk gebaar ter afsluiting van een prettig verlopen transactie. Hij ging immers speciaal terug naar zijn auto voor de taart om hem aan ons te kunnen geven. 

Hij kwam deze zaterdagmiddag na sluitingstijd van zijn winkel nog even de door ons geselecteerde tapijten in onze woonkamer schikken. Hij kwam in een huiselijke sfeer terecht die hij mogelijk als prettig ervaarde. De jongste dochter was net op tijd thuisgekomen om mede de moeilijke keuze te bepalen. De zoon was in de keuken bezig ons avondmaal te bereiden. Er werd gepraat over zijn studie, de man toonde serieuze interesse. Hij hielp bij het bepalen van onze keuze, niet door zijn voorkeur op te dringen, maar om onze argumenten te steunen als die overeen kwamen met zijn beeld van harmonie. Of juist te zwijgen als hij dacht dat wij een naar zijn bescheiden mening verkeerde weg insloegen. Toen de keuze bepaald was en de koop gesloten bood hij ook nog eens korting aan, hiermee de rollen van koper en verkoper omdraaiend. Hadden we de korting misschien ook moeten weigeren? Of hadden we daarentegen een hoger bedrag moeten bieden? Wanneer verschillende culturen elkaar ontmoeten is het algauw nauwkeurig draaien aan de knoppen om de juiste frequentie te vinden.

Ik vermoed dat de sfeer in totaliteit in ons huis bij hem een snaar raakte. Onze prettige interactie zou ook een rol gespeeld kunnen hebben. Misschien bracht het herinneringen boven aan familie of vrienden in Iran, een land dat hij mogelijk heeft moeten ontvluchten. Hoe dan ook, het nieuwe tapijt ligt werkelijk heel mooi op onze marmeren vloer, vorstelijk zelfs. Het was een perfecte zaterdag, die met een heerlijke taart feestelijk werd afgesloten.

Tuttenwas

Halverwege de negentiger jaren beëindigde ik mijn beroepsbestaan als kantoorklerk om huisman te worden. Ons eerste kindje kondigde zich toen aan en voor mijn vrouw en mij begon een volgende, nog onbekende levensfase. Met mijn nieuwe rol had ik geen moeite. Integendeel, ik vond het prettig om eens met dingen bezig te zijn waarvan het nut zonneklaar was. Ik maakte de flessenvoeding, verschoonde luiers en deed het huishouden en dat alles op een manier die de goedkeuring van mijn moeder kon wegdragen. Ik zong zelfs kinderliedjes, niets was mij te gek. 

Ik was nog amper twee jaar aan het tutten met ons eerste kind toen de geboorte van een tweeling mijn functioneren flink op de proef zou stellen. Kennelijk was ik die eerste twee jaren in mijn nieuwe beroep op een relaxte wijze doorgekomen, ook al voelde dat heel anders. Nu moest bij wijze van spreken alles in drievoud gebeuren. Toen kreeg ik pas goed door wat voor een geweldige managers en planners de huismoeders altijd al geweest zijn. Met dit compliment geef ik mijzelf natuurlijk ook een grote veer in de kont, volgens mijn moeder zaliger geheel verdiend. 

De prille kinderjaren was een periode van doorgaan, doorbijten en vechten tegen de klok. Met het verstrijken van de tijd veranderde de taken, maar een ding bleef een constante: de dagelijkse was. Al die kleine sokjes, rompertjes en onderbroekjes, door mij al snel een tuttenwas genoemd, te drogen hangen was een intensieve kerntaak met veel intrinsieke yin yang yoga. 

Maar er was natuurlijk meer te doen in het huishouden. Vanzelf ontwikkelde zich een tabelletje in mijn hoofd waarin bij elke activiteit de tijdsduur werd gegeven; mijn ervaring met tijdverantwoordingssytemen in het verleden werkte nu in mijn voordeel. Een enkele keer zag ik op de klok dat de tijd mij nog de ruimte gunde voor een klusje van vijf minuten alvorens  naar school te gaan. Hup, daar sprong mijn virtueel tabelletje in beeld. Ik kon nog net even de was ophangen! Ik stoof naar zolder, pakte het bakje met knijpers en boog mij over wasmand en wasrek. Maar als het om een tuttenwas bleek te gaan, dan zat er niets anders op dan weer naar beneden te stuiven en de kinderen in hun jasjes en schoentjes te wurmen. Geen tijd immers. Als het winter was dan had ik die vijf minuten hard nodig om naast het veteren van zes schoentjes en het dichtknopen van drie jasjes  ook nog dertig vingertjes in handschoentjes te wringen en drie stuks sjaal om de tere halsjes te gorden. 

Aan dat alles stond ik mijmerend te denken toen ik vandaag de dagelijkse was ophing. Nu, zo’n 25 jaar verder, gingen er alweer allemaal fijne kledingstukken door mijn handen. Dat had te maken met de terugkomst van twee dochters naar het ouderlijk huis. In een kwart eeuw tijd leek er niets veranderd. Toch was er wel degelijk veel veranderd. Kinderen die terugkeren zijn natuurlijk eerst weggeweest. En een terugkomst impliceert een ingrijpende verandering in hun leven. Opa’s en oma’s zijn heengegaan. De euro kwam en internet werd sneller. 

De wereld veranderde. Maar de was bleef een onveranderlijk ankerpunt in mijn leven.

Pluk de dag

Afbeelding van Pixamio via Pixabay

Het weer vertoonde een lichte opleving in een langdurige, druilerige periode waarin de lente niet wist of zij al kon beginnen. Koude regen en harde wind maakten wekenlang de dienst uit, maar op deze dag was er toch nog ruimte voor een beetje zon. Die schaarse momenten van licht en warmte vulden op wonderlijke wijze het overheersende weerbeeld van grijs en grauw aan. Er was die dag namelijk een uitvaart van een dierbaar persoon, een optimistische vrouw bij wie zonlicht en bloesem hoorden. 

Nog geen jaar geleden zag ik haar van geluk stralend gezicht op een familiefoto. Bij het zien van die foto wist ik meteen dat het de foto van het jaar was. Geen enkele andere foto zou de zeggingskracht van het vastgelegde moment kunnen overtreffen. Zij was ongeneeslijk ziek en het gezin zou proberen nog een keer met elkaar op vakantie te gaan op een voor hen speciale plek in Frankrijk. Nog een keer het leven vieren met de meest dierbare mensen om je heen. 

Het was ze gelukt en het moment werd vastgelegd. Ik kreeg die foto onder ogen en zag dat het goed was. Het inspireerde mij tot het schrijven van een stukje over de foto van het jaar. Maar eer ik daaraan kon beginnen was de werkelijkheid alweer dramatisch veranderd. Haar man overleed een aantal weken na dat moment van harmonie onverwachts; bij de schoonzoon werd kanker geconstateerd. De wereld van de dochter veranderde in korte tijd in een wereld waarin een streng opgelegde agenda haar leven bepaalde. Er was ook nog een oudere broer die zorg nodig had. Ik wist dat mijn verhaal er niet meer zou komen.

Toch zat er ook iets moois in al die droefenis verscholen en dat toonde zich tijdens deze uitvaart. Die bijeenkomst was een mix van verdriet en levenslust. Het verdriet was vanzelfsprekend, maar de levenslust manifesteerde zich als een bloem op een cactus. Het was niet alleen de levenslust waarover de overledene beschikte en waarmee ze een onvermijdelijke dood telkens wist uit te stellen, maar ook de levenslust om van elke dag een feestdag te willen maken. Het toonde bovendien haar levenskunst om de juiste ingrediënten te verzamelen om het leven te vieren. Het was of dit de boodschap aan de achtergeblevenen was, vooral doorgaan met het leven en ervan genieten. 

Na de dienst was er geen koffie met cake. Nee, er werd wijn en kaas geserveerd!

Hart van Holland roeimarathon

Wisselpunt bij Ouderkerk aan de Amstel

Mijn vrouw zit op roeien. Ik niet. Roeien bleek veel te moeilijk voor iemand die grote moeite heeft om instructies snel om te zetten in juiste handelingen en die ook nog eens synchroon met anderen uit te voeren. Zij heeft daar geen enkele moeite mee. Dat vind ik knap.

Pas was er een roeiwedstrijd, een estafettemarathon door het hart van Holland. Via Google Maps deelde ze haar gps-locatie met mij. Zo kon ik makkelijker besluiten om, afhankelijk van mijn eigen bezigheden, al dan niet naar een wisselplaats toe rijden. Dankzij de knappe koppen van Google kon ik dus precies zien waar ze zich op het parcours bevond. Dat heb ik geweten!

Ze vertrok ‘s ochtends vroeg met wat gezonde spanning in het lijf naar de roeivereniging. Maar onverhoopt maakte de spanning zich ook van mij meester en, hoewel het natuurlijk niet te meten valt, naar mijn inschatting in veel grotere mate dan bij haar.

Dat begon al toen ik de computer aanzette, veel te vroeg natuurlijk. Op het grote beeldscherm zag ik haar profielfoto piepklein bij de start die om 8.00 uur zou plaatsvinden. Maar om 8.30 uur was ze nog steeds bij die start, aldus Google Maps. Het baarde mij zorgen.

Eindelijk kwam er beweging in het fotootje. Het verplaatste zich hortend en stotend over het beeldscherm. De route die werd gevolgd kon ik echter niet helemaal doorgronden. Ik vermoedde dat haar mobiel, ingepakt in een waterdicht zakje en gedeponeerd in een tonnetje in de roeiboot, moeite had om continu het gps-signaal op te pikken. Toch was ik er niet gerust op.

Ik liep heen en weer door het huis tijdens mijn huishoudelijke bezigheden waarbij ik in het voorbijgaan veel te vaak een blik op het beeldscherm wierp. Het leek alsof ik door ernaar te kijken een goede afloop afdwong. Daarop was echter geen kans meer toen ik zag dat ze de verkeerde kant op gingen. De paniek sloop bij mij binnen. Ik wilde in een impuls met mijn wijsvinger de boot tegenhouden. Gelukkig stopte hij uit zichzelf en draaide om. De paniekaanval smoorde, maar bleef op de loer liggen. Want ik vond dat er maar verrekte weinig daadkracht sprak uit hun bewegingen. Het was een en al twijfel.

Ik brandde van verlangen ze te helpen. Maar hulp was natuurlijk al nabij van het team dat hen zou aflossen.Goede of foute koers, ze waren met twee teams om uit de penarie te komen. Mijn intelligente inbreng zou overbodig moeten zijn.

Ineens kwam alles weer op gang en verplaatste zij zich snel richting Woerdens Verlaat. De vaart zat er nu goed in. Ik besloot van huis te vertrekken naar Ouderkerk aan de Amstel om de roeiers bij een volgende wisselplaats te treffen. Dan kon ik ook meteen horen wat er mis was gegaan. Na  lange tijd zag ik ze daar eindelijk uitgeput aankomen en vervangen worden door drie verse roeiers. Ik kon mijn vragen op haar afvuren.

Mijn vragen werden niet begrepen. Ze keek me vorsend aan met een blik die verraadde dat zij dacht dat ik weer eens wartaal uitsloeg. Nee, alles was goed gegaan, zei ze, maar het roeien was wel zwaar. Dat laatste wilde ik wel geloven, maar bij het eerste zette ik toch een vraagteken. Een welles-nietes discussie had natuurlijk geen zin. Zeker niet nu we, door Trump, leven in een wereld vol alternatieve feiten. Niets aan de hand dus. Soit, laat maar zo.

Het kwartje viel pas minuten later toen zij haar mobiel uit de auto haalde en ik besefte dat het gps-signaal al die tijd uit de auto kwam. Ze had haar mobiel geen moment meegenomen in de boot!

Roeien, ik blijf er moeite mee hebben.