|tekstenstek   |wielrennen   |muziek   |indisch   |stukjes   |contact
Herkenningsonkunde
Sorry, moeder van Soufyan

Muziekschool Gouda aan de Westhaven

'Weet je nog wie ik ben?' vroeg de vrouw die even tevoren glimlachend haar fiets voor de muziekschool had geparkeerd. Haar lach deed mij vermoeden dat zij wel wist wie ík was. Ik was in een lastige situatie terecht gekomen. Het overkomt mij steeds vaker dat ik mij afvraag waar ik iemand toch van ken.

Ze verklapte haar naam. Nikki. Nikki, ja die naam moest ik kennen. Ik groef in mijn geheugen en vroeg mij af op welke plek ik moest zoeken. 'De moeder van Eva!' voegde ze triomfantelijk toe. Natuurlijk! De vorige week nog zaten wij naast elkaar bij een vergadering. Heel gênant dat ik haar nu niet zo snel herkende.

Het zal met het ouder worden te maken hebben. En met de diverse netwerken waarin ik verkeer (in real life). Het begint als je je kinderen voor het eerst naar de peuterspeelzaal brengt. Collega-ouders. Daarna komen er alleen maar netwerken bij: zwemles, sport, muziek, scouting, vrijwilligerswerk, noem maar op. Telkens weer nieuwe mensen in ander verbanden. Sommigen zie je in dubbel verband (hé, zit jou kind ook op volleybal?), maar dat heb je vaak niet meteen door. Gelukkig hebben anderen er ook last van.

Laatst zag ik Math in de supermarkt. Ik keek hem bewuster aan dan hij mij. Er verscheen een aarzelend lachje op zijn gezicht. Dat betekende: misschien ken ik die snuiter wel. Daarna kwamen we mekaar in een ander gangpad opnieuw tegen. Weer een lach, met een spoor van wanhoop. Ik ken hem, moest hij denken, maar waarvan?

Van mijn vrouw mag ik niemand meer groeten. Soms meen ik iemand te herkennen, maar dan blijkt het toch een ander te zijn. Pas nog toen we samen hardliepen zag ik het meisje van de broodwinkel haar hond uitlaten. Althans, dat dacht ik. Ik zei bij wijze van herkenning iets 'leuks'. Ze keek mij stomverbaasd aan. Honderd meter verder kwam er weer een bekende aanlopen. 'Je houdt nu je mond,' zei mijn vrouw streng.

Pas fietste ik huiswaarts op een tijdstip dat kinderen naar school gaan. Op het fietspad van onze wijk naar de school reed ik als het ware tegen de stroom in. Een onophoudelijke stoet fietsende kinderen met tassen op de rug. Ik keek recht in de fris gewassen gezichten en het wachten was op de eerste bekende. Dat was mijn eigen dochter en die herkende ik gelukkig! Logischerwijs zouden er meer volgen uit haar klas. Aha, daar is Melissa. Dag Melissa! Ze groette terug. Maar dat deed ook het meisje dat naast haar fietste. Dat was Direm! Die had ik dan weer gemist.

In mijn verwarring lette ik even niet goed op. Daardoor miste ik net weer die vrouw die mij vertwijfeld aankeek. Oef, dat was de moeder van Soufyan. Te laat gezien, niet op gerekend. Sorry, moeder van Soufyan.

Misschien moet ik onderweg de mensen maar niet meer aankijken.

[25 april 2011]

Tekstenstek
tekstbureau voor tekst en webstek